Koor&Stem zet samenzang in als instrument voor mentale gezondheid, sociale cohesie en persoonlijke groei. Afgelopen maanden gingen we met jongeren in de bijzondere jeugdzorg zingen. We spraken met Liesbet Hoorelbeke en Ruth Quinten, twee muziektherapeuten die deze pilootprojecten mee realiseren.
Emmaüs Mechelen
Liesbet Hoorelbeke werkt daarvoor op verschillende locaties van Emmaüs Mechelen.
Een keer per maand worden de jongeren die zin hebben om te zingen door hun begeleiders naar het samenzangmoment gebracht. 'Ik vond dat de eerste keer heel spannend’, vertelt Liesbet Hoorelbeke. 'Ik kende de jongeren en de begeleiders niet. Ik had wel iets voorbereid maar ik wist ook dat ik zou moeten koorddansen en mijn buikgevoel volgen. Ik probeer authentiek te zijn en hun vertrouwen te winnen. Openheid en humor werken wel, en hen in hun kracht zetten ook. Een jongen die door de cajon gefascineerd is vragen of hij een lied wil begeleiden, of twee meisjes die mooi kunnen zingen uitnodigen om een solo te doen, dat zorgt voor trots en zelfvertrouwen. Er zijn ook jongeren die liever verdwijnen in de groep. Ik vraag me voortdurend af wat heeft de jongere nodig, en wat heeft de groep nodig?'
'Het was fijn om ondertussen vanuit Jeugdzorg Emmaüs de vraag te krijgen ook met hun begeleiders iets te doen rond samen zingen en hen zo meer tools te geven om vanuit verschillende invalshoeken met jongeren en gezinnen aan de slag te kunnen gaan. De begeleiders omarmen dit project dus ook.'
De jongeren die deelnemen hebben het om heel uiteenlopende redenen erg moeilijk en dragen een stevige rugzak mee. Welke rol kan het samen zingen in deze bijzondere context spelen? 'Soms brengt de muziek minder prettige gevoelens naar boven, en dat kan escaleren, maar het is niet de bedoeling dat die rugzak tijdens de zangmomenten dan leeg gemaakt wordt', vertelt Liesbet Hoorelbeke. 'Voor mij betekent samen zingen in dezelfde frequentie terecht komen. Dat zorgt voor een goed gevoel en het verbindt. Tijdens een van de sessies sprak een jongere dat ook letterlijk uit: ‘Wij zijn hier samen iets aan het doen!’ Dat positieve en schijnbaar tijdelijke gevoel wordt ook opgeslagen in ons onderbewustzijn, zodat je dat ook altijd meedraagt.'
'Toch heb ik met dit project niet het gevoel dat ik muziektherapie biedt', beklemtoont Liesbet Hoorelbeke. 'Het gaat om het plezier van het samen zingen, en dat vond ik net heel fijn aan deze opdracht. Het is zeker iets wat in de lijn ligt van een muziektherapeut, maar als begeleider moet je vooral in je kracht staan. Er zijn ook mensen die dat van nature kunnen.'

Minor-Ndako
Bij Minor-Ndako doet Ruth Quinten een keer per maand een zangsessie van anderhalf uur.
'Ik werk in de volwassenpsychiatrie', vertelt ze. 'Eerder werkte ik ook met kinderen in een dagziekenhuis, met mensen met een beperking in combinatie met gedragsproblemen en met ouder-kind-sessies op de neonatale zorg. Ik hou van zingen en van de positieve effecten ervan bij mezelf en bij patiënten.'
Bij Minor-Ndako zijn er twee leefgroepen die samenkomen met hun begeleiders erbij', vertelt Ruth Quinten. 'De twee groepen kennen elkaar niet. Het gaat over een 15-tal kinderen tussen 6 en 12 jaar. Het verschil in leeftijd is een uitdaging en sommige kinderen hebben heel veel energie wat tot conflicten kan leiden. Ik vind het mooi dat ze zich openstellen om mee te doen. Ik hoorde ondertussen van de begeleiders dat de kinderen vaker zingen wanneer ik er niet ben. Dat doet me veel plezier.'
'Ik heb op voorhand met de coördinator overlegd en heb naar de interesses van de groep gepeild. Het materiaal dat ik meebreng beschouw ik als een portfolio waaruit ik kan kiezen. Ik werk met dezelfde welkomst- en afscheidsliederen waarin hun namen vermeld worden. Dat lied zongen ze al mee vanaf de eerste sessie en ze stuurden er bij het begin van de volgende bijeenkomst op aan om dat terug op te nemen. Dat vormt nu de structuur van de sessies en daarbinnen variëren we.'
'We hebben bij Koor&Stem ondertussen een intervisie gehad, gaat Ruth Quinten verder. 'Daar kregen we een tip om liederen met beweging, klappen of body percussion te doen. Dat zorgt voor betrokkenheid en voor meer rust in de groep. Het werkt het beste om niet te veel uitleg te geven, meteen aan de slag te gaan en stevig te blijven doorwerken.'
'Ik denk ook dat het wel fijn zou zijn om met hen eens een toonmoment doen', besluit Ruth. 'Het mag zeker niet het hoofddoel zijn, maar ze zullen er wel van genieten als ze iets aan vrienden of familie kunnen tonen.'

Meer weten over deze projecten?
Vier organisaties voor bijzondere jeugdzorg – Tronkestik, Cirkant, Minor-Ndako en Jeugdzorg Emmaüs Mechelen – verkennen samen met Koor&Stem de kracht van samenzang. Alle vier begeleiden ze kinderen en jongeren in kwetsbare leefsituaties. Ze bieden een veilige omgeving, werken nauw samen met het gezin en de context, en ondersteunen jongeren in hun groei naar meer zelfvertrouwen, zelfstandigheid en veerkracht.
Klik hier



