Een formele muzikale vooropleiding had hij niet gevolgd: de passie sloeg over in het lokale koor en de plaatselijke harmonie waar hij trombone speelde. Dus kreeg hij geen toelating om een ingangsexamen te doen in het Lemmensinstituut. Notenleer, harmonie, dictee, muziektheorie, hij had het allemaal niet geleerd. Op voorspraak van Lode Dieltiens kon hij wél aan het voorbereidende jaar starten.
Eerst een voorbereidend jaar
Het bleek de hemel voor Van der Roost. Opeens begreep hij hoe alles in elkaar zat. Heerlijk was dat. Gretig laafde hij zich aan het bad van verheldering. En hij slaagde met glans. Het ‘geval’ Van der Roost werd besproken en zo kreeg de jonge amateur toelating om de weg naar de professionalisering aan te vatten.
jvb_20260301_175926.jpg
Jan Van der Roost dirigeert het Houtlands Harmonieorkest © Johan Vandenberghe
Zijn er mensen die je destijds op weg hielpen of inspireerden?
Van der Roost: ‘Mijn ouders hebben zich gedurende heel hun leven voor mij ingezet en mijn opleiding destijds mee ondersteund en aangemoedigd, en tot op de dag van vandaag is mijn gezin (en dan vooral mijn vrouw Bernadette) een bijzondere bron van energie en steun: daar ben ik hen zeer dankbaar voor. Verder waren er belangrijke muzikanten die mij destijds, als jonge, beginnende componist kansen gegeven hebben, of mijn netwerk verbreedden. Zo waren er Lode Dieltiens (1926 - 2014) zonder wie ik nooit mijn muziekstudies had kunnen aanvatten, trompettist Theo Mertens (1932 – 2003), dirigent Fernand Terby (1928-2004) en dirigent-klarinettist Walter Boeykens (1938-2013). En ik herinner me Vic Nees (1936-2013), die me bij een compositiewedstrijd aansprak op zijn typische zuinige, schertsende manier: ‘We hebben dit stuk bekeken. C’est dommage, mais c’est bon. Mag ik enkele andere werken van u horen?’ Ik heb hem toen voorzichtig een cassettebandje bezorgd. Daar stond een werk voor strijkorkest op, geschreven voor het Festival van Vlaanderen. En dan kreeg ik als commentaar: ‘Een zeer goed werk, internationale klasse, chapeau, ge gaat het nog ver brengen.’ Zulke mensen werken natuurlijk ontzettend aanmoedigend. Er volgde een eerste compositie-opdracht voor koor: Herfst, in opdracht van het koor Ars Nova et Antiqua uit Mol onder leiding van Herbert Janssens. En dat leidde tot weer een nieuwe compositie-opdracht: Jaargang.’
Compositie-opdrachten
Het aandeel compositie-opdrachten voor koor lijkt kleiner binnen zijn oeuvre, maar we komen toch aan meer dan tien composities, als we wat dieper graven.
Van der Roost: ‘Herfst, Jaargang, een aantal werkjes voor de koordagen voor kinderen: Met Annie in Toverland, Zingen over zee, Ik ben blij met jou, Waar woont de wind als hij niet waait, de 3 compositie-opdrachten voor IKV in 2019 Amor io fallo, Erano i capei d’oro en Pace non trovo. Il Bucaneve en Soneto Amoroso voor EMJ. Het zijn er toch meer dan ik dacht (lacht). Exodus natuurlijk, Of Sun and Moon in opdracht van het Nationaal Columbiaans Jeugdkoor en nu ook Before the coming of the night, in opdracht van Siparantum Choir uit Kosovo. Dat koor nam in 2019 deel aan IKV en leerde zo mijn plichtwerk Amor Io fallo kennen. Het beviel hen. En kijk, enkele jaren later vroegen ze een nieuwe compositie van mij, naar aanleiding van het overlijden van hun voorzitter. Op 28 maart zal het ook door de Waelrantkoren uitgevoerd worden.’
Maar het merendeel deel van je opdrachtwerken zijn instrumentale werken.
Van der Roost: ‘Dat klopt. En daar kruipt veel tijd in, mensen onderschatten dat soms. Sowieso vraagt het voor mij persoonlijk meer vindingrijkheid, je zoekt uit het niets naar een thema. De beginsituatie is dus bij voorbaat lastiger. Bij vocale muziek gaat dat vlotter. Je ziet de tekst, er komt een melodie op en je bent vertrokken. Een stuk zoals For the coming of the night, voor achtstemmig koor, van een achttal minuten, was af binnen een week. Instrumentale muziek vraagt daarentegen ook meer tijd in de uitwerking: alle stemmen moeten georkestreerd en uitgeschreven worden, de bezettingen zijn vaak groter dan bij koorcomposities. En dat betekent gewoon veel schrijfwerk. Die noten komen niet vanzelf op het papier gevlogen. En bij mij is dat nog met de hand, the old-fashioned way. Ik werk al jaren met een eigen zetter, Hannes Vanlancker, die zeer nauwgezet mijn schrijfsels uitgaveklaar maakt. Maar verder doe ik alles zelf, geen hulparrangeurs of ghost writers (lacht). Gelukkig kan ik overal orkestreren: in luchthavens, hotels, onderweg in conservatoria waar ik op bezoek ben, of gewoon hier thuis.’
Geldt dat ook voor het componeren?
Van der Roost: ‘Voor componeren moet ik echt rust hebben. Op bepaalde momenten krijg ik een idee, hoor ik een motief of structuur. Dan maak ik snel enkele schetsen tussendoor om later in alle rust aan verder te werken.'
Fysieke en muzikale horizonten verleggen
Van der Roost is vaak onderweg. Hij reisde naar meer dan 50 landen, waar hij als gastlector, gastdirigent of jurylid werd uitgenodigd in Italië, Finland, Nederland, Oostenrijk, Canada, de USA, Luxemburg, Schotland, Brazilië, Venezuela, Letland, Duitsland, Zwitserland, Singapore, Taiwan, Spanje, Thailand, … Vooral met Japan heeft hij een speciale band. Hij werkt er structureel en vaak, niet incidenteel voor één project.
Schrijf je nog voor je plezier, buiten opdrachten, drukke bezigheden en reizen om?
Van der Roost: ‘Ja, en ik schrijf dan graag vocaal, het inspireert me vaak. De tekst biedt een beginsituatie: ritmisch en prosodisch krijg je elementen aangereikt die je min of meer zal respecteren, tenzij je er bewust van wil afwijken. Ik volg meestal het natuurlijke tekstritme en ook inhoudelijk probeer ik aan te sluiten bij de sfeer van de tekst. En nee, dat gaat niet altijd gepaard met een opdracht. Dat maakt ook dat sommige werken effectief nog nooit uitgevoerd zijn. Ze liggen hier, maar ik heb ze zelf nog nooit gehoord! Soms doe ik mee aan een compositiewedstrijd in het buitenland, om zo ook mijn muzikale en fysieke horizon te blijven verleggen, gewoon voor het plezier. Zo nam ik tweemaal deel aan een koorcompositiewedstrijd in Zwitserland, het Festival da la chanzun rumantscha, waarbij je een kinderkoorwerk in het Reto-Romaans dient te schrijven. Beide werken werden overigens bekroond.’
Is je muziek veranderd doorheen de jaren?
Van der Roost: ‘Ja en nee. Enerzijds voel ik dat ik geëvolueerd bent, anderzijds heb ik altijd voor verschillende bezettingen geschreven in diverse stijlen. Ik zorg ook dat ik de muzikale ontwikkelingen volg. In Before the coming of the night sluit ik stylistisch aan qua concept meer aan bij Whitacre, Lauridsen en Gjeilo. Maar ik blijf nooit een bepaalde stijl volgen. Ik zoek steeds naar andere ingangen.’
Kies je eigen pad, met kennis van zaken
Je krijgt als ervaren componist natuurlijk meer en meer een voorbeeldfunctie. Welke tips geef jij aan jongere componisten?
Van der Roost: ‘Je opleiding is een rugzak vol met tools, alles wat je weet en kan. Wil je gaan kamperen, prima, wil je naar een vijfsterrenhotel, ook goed. Dat is met een taal ook zo, je kan er een gedicht mee schrijven, of een boek, of je kan er mee vloeken, maar je hebt de middelen om je uit te drukken. En als je die niet hebt, door te weinig woordenkennis of grammatica, dan ben je te beperkt. Zo is dat ook als muzikant. Je moet heel wat zaken leren die je misschien niet nodig hebt, of die je niet zal of wil gebruiken, maar je hebt die bagage wel gekregen. Je kan er iets mee doen. Dat was mijn belangrijkste functie als mentor of destijds als docent: studenten aan te porren niet zoals ik te doen, maar zoals ze zelf willen. Zorg dat je genoeg vaardigheden hebt, dat je bijvoorbeeld de mogelijkheden en beperkingen van de instrumenten en de stemmen kent. Ik krijg vaak beginnende componisten die veel te moeilijk schrijven, extreme tessituren gebruiken of grepen en speelwijzen vragen die niet ideomatisch zijn. Het is belangrijk om het instrument waarvoor je schrijft goed te bestuderen voordat je er iets voor schrijft.’
Veel van je werken zijn succesvol, ze worden graag gezongen of gespeeld. Waar ligt de sleutel van dat succes?
Van der Roost: ‘Ik denk dat de kennis en ervaring met de doelgroep van groot belang is. Voor een parochiekoor schrijf je anders dan voor het Vlaams Radiokoor. Het moet mogelijk en haalbaar zijn. Blijf binnen het kader van je doelgroep.’
Verjaardagsfeestje als mijlpaal
jvb_20260301_174213.jpg
bloemen na de creatie van Aulos, Bram De Nolf (hobo), Jan Van der Roost, Nico Logghe (dirigent) © Johan Vandenberghe
Zeventig ben je net geworden. Hoelang ga je nog componeren?
Van der Roost: ‘Ik denk nog niet aan stoppen. Voor grote opdrachten houd ik de deadlines nu op twee jaar. Wie weet moeten mijn beste composities nog komen (lacht). Richard Strauss schreef zijn Vier letzte Lieder op 84-jarige leeftijd, en dat is toch een meesterwerk!’
Welk van je koorwerken zou je meer uitgevoerd willen zien?
Van der Roost: ‘Moeilijke vraag, alle werken zijn zo divers en moeilijk te vergelijken. Maar dan ga ik voor de Contemplations voor koor en orgel, ik vind het één van mijn betere koorwerken, maar niet gemakkelijk. Er bestaat een prachtige opname met het Vlaams Radiokoor. Ik weet niet of het mijn béste werk is, maar wel mijn meest ambitieuze. En als ik er nog eentje mag kiezen, ga ik ook voor het a cappellawerk Before the coming of the night.’
Dat werk kunnen we eind maart beluisteren tijdens 2 concerten in Wilrijk en Halle, samen met de Belgische première van het grootse Exodus. Nochtans is dat werk al meer dan 30 jaar oud...
Van der Roost: ‘Ja, dat is vreemd gelopen. Exodus dateert eigenlijk al van 1994. Het is één van mijn vroegere grote vocale werken en duurt zo’n 45 minuten. Ik schreef het in opdracht van de Nederlandse Brassband Federatie (NBF) die voor een jubileum van hun kampioenschappen een werk zocht voor brassband en orgel, groot koor (destijds 110 zangers van het Noord-Nederlands concertkoor), bas, bariton en verteller. De tekst werd aangeleverd: een Nederlandstalige vertelling rond het Bijbelse verhaal van de uittocht uit Egypte door Hans Blankesteijn (1929 – 2015). De verteller vertelt de geschiedenis van Mozes en de bevrijding uit Egypte, koor en solisten geven commentaar of verbeelden momenten uit het verhaal. In 1996 werd het op cd gezet bij de NCRV in Nederland. Er bestaat ook een Engelstalige versie van: die is ook al in Duitsland, Zwitserland en Noorwegen uitgevoerd. In België is dit werk tout court nog niet gespeeld… Onder impuls van Tijl Verhaeghe ontstond het idee om dit voor mijn zeventigste verjaardag op de agenda te zetten. Ik ben dan ook zeer verheugd dat Brassband Buizingen samen met Kamerkoor en Jeugdkoor Waelrant hier hun schouders onder zetten.’
I colori della Gioia
Er staat - naast de Belgische première van Exodus, een aantal instrumentale concerten en evenementen van onze zusterorganisatie VLAMO - nog veel op de planning dit jaar: een hommage in het Lemmensinstituut op 26 juni, een concertreeks in Luxemburg, Duitsland en België in het najaar, grote evenementen in Japan (Osaka, Tokyo, Kawasaki, Yokohama en Nagoya) en vieringen in Italië, Portugal, Zwitserland, Slovenië, Hong Kong en Singapore. De internationale lijst is indrukwekkend.
Bij het buitengaan valt mijn blik op een kunstwerk met de woorden I colori della gioia (de kleuren van de vreugde), de titel van de cd-opname, uit 2019, vol gevarieerde koormuziek van Van der Roost. Dit feestjaar zal alleszins kleurrijk en gul zijn, net als de componist zelf, in componeren én vertellen.
Concerten met vocale werken
Zaterdag 28 maart 2026 - 20:00 uur - Pius X kerk, Wilrijk
Exodus (Belgische creatie) - Before the coming of the night
door Kamerkoor Waelrant, Jeugdkoor Waelrant, Brassband Buizingen.
Meer info en tickets.
Zondag 29 maart 2026 - 15:00 uur - Sint-Martinusbasiliek, Halle
Exodus - Before the coming of the night
door Kamerkoor Waelrant, Jeugdkoor Waelrant, Brassband Buizingen.
Meer info en tickets.
Vrijdag 26 juni 2026 - 20:00 uur - LUCA School of Arts, Leuven
Aulos - I colori della gioia
door Bram Nolf (hobo), Tim De Maeseneer (althoorn), Anneke Luyten (sopraan), het Groot Harmonieorkest van de Belgische Gidsen o.l.v. Ivan Meylemans.
Meer info en tickets.



