U bent hier

Artikel
Sociaal-artistiekOnderzoekCommunityzang

Al te vaak worden sociaal-artistieke projecten als iets apart gezien van meer formele vormen van muziekpraktijk of -onderwijs vanwege het idee dat het vooral gaat om sociaal bezig te zijn en minder om het artistieke. De huidige praktijk van projecten bewijst vaak het tegendeel. Werken met zangers en instrumentalisten in participatieve muziekprojecten vereist een specifieke ingesteldheid en een specifieke pedagogische benadering, maar die muzikaal-pedagogische benadering kan net een sterke aanvulling zijn voor meer ‘traditionele’ koorbenaderingen en kunnen de formele muziekeducatieve praktijk verrijken. The Ostend Street Orkestra (TOSO) is zo een project.

The Ostend Street Orkestra

In 2014 werd TOSO opgericht als artistiek en positief alternatief voor de negatieve publieke opinie rond de groeiende groep daklozen in de stad. vzw KleinVerhaal, een participatieve kunstorganisatie, richtte TOSO op in samenwerking met drie muzikale coaches, allen met een jazzimprovisatie achtergrond. TOSO laat zien hoe muzikale ontmoetingen veerkracht en hoop kunnen geven aan een groep mensen met diverse achtergronden, waardoor ze gemotiveerd worden om zich een leven lang positief met muziek bezig te houden.  

TOSO is uitgegroeid tot een eigenwijs muzieklab met vijfentwintig muzikanten met zeer verschillende sociale en muzikale achtergronden. Deze 'muziek als beweging' had een eenmalig project kunnen zijn, maar mondde uit in een continue beweging met repetities, ontmoetingen, jamsessies en optredens. Deze open mentaliteit komt onder andere tot uiting in het open karakter van de wekelijkse repetities, waar iedereen in en uit kan lopen, meedoen, luisteren en waar het proces en het product inwisselbaar zijn. TOSO laat zien hoe muzikale ontmoetingen veerkracht en hoop kunnen geven aan een groep mensen met diverse achtergronden, waardoor ze gemotiveerd worden om zich een leven lang positief met muziek bezig te houden.  

TOSO laat zien hoe muzikale ontmoetingen veerkracht en hoop kunnen geven aan een groep mensen met diverse achtergronden, waardoor ze gemotiveerd worden om zich een leven lang positief met muziek bezig te houden.  

Diversiteit 

De deelnemers aan een participatief muziekproject zijn vaak heel divers, niet alleen op vlak van muzikale en vocale ervaring maar ook op gebied van hun sociale en psychologische achtergrond. Dit vereist deskundigheid en toewijding, expertise op muzikaal vlak en sociaal engagement van de coaches van zo’n projecten. Meer en meer muzikanten willen dit sociaal engagement opnemen en zo naast het artistieke proces, aandacht schenken aan het welbevinden van de deelnemers. Hiervoor is het nodig om de artistieke methodes aan te passen aan de groep waarmee je werkt. Terwijl in meer formele benaderingen van koren en muziekgroepen vooral vanuit ‘het leren van de partituur en het arrangement’ vertrokken wordt, zijn participatieve muziekprojecten een vorm van informeel leren waarbij de activiteit meer doet dan deelnemers betrekken bij het maken van muziek en mensen verschillende zaken kunnen leren en ontdekken op muzikaal, sociaal en psychologisch vlak. Dit komt overeen met de missie van de internationale vereniging voor muziekeducatie en community music (ISME), die stelt dat iedereen het recht en de mogelijkheid moet hebben om muziek te maken, te creëren en ervan te genieten en dat actief muziek maken moet worden aangemoedigd en ondersteund op alle leeftijden en in alle lagen van de samenleving. 

Muzikale en pedagogische strategieën binnen TOSO

De drie coaches in The Ostend Street Orkestra werden gekozen omwille van hun ervaring en betrokkenheid bij sociaal artistieke projecten en hun vermogen om verschillende rollen op zich te nemen die typisch zijn voor community music zoals educator, facilitator, componist, sociaal werker. Werken met muzikale kennis en ideeën van de deelnemers is een krachtige strategie die beroep doet op de flexibiliteit, het improvisatievermogen en de arrangeervaardigheden van de coaches. In plaats van het ensemble op een top-down manier te leiden, nemen ze een egalitaire positie in het project in door tegelijkertijd deelnemer en facilitator te zijn, een oprechte interesse te tonen in alle groepsleden en te vertrekken van de input van de groep.

Vaak zijn mensen aarzelend om met hun eigen ideeën te komen en moet de coach klaar zijn om instant kleine ideeën uit de groep op te pikken en er muzikaal op te reageren. De sfeer tijdens de repetities is daardoor soms wat chaotisch en ongestructureerd, maar leidt vaak tot het ontstaan van nieuwe ideeën en een sociale dynamiek. Ook belangrijk is het herdenken van muzikale parameters. In zo’n projecten is het van belang om ‘vaste’ muzikale structuren voor een deel te kunnen loslaten, zoals, tempo, structuur, harmonie en een zekere mate van ‘chaos’ te aanvaarden, zeker in een eerste fase. Het best is om veelvuldig gebruik te maken van non verbale signalen, beweging en gezichtsuitdrukkingen. Ook een belichaamde interactie is van belang, de muziek mag niet te vaak stilgelegd worden en iedereen moet meegetrokken worden in een flow van groove, zingen en spelen.

Het doel is een gelijkwaardige interactie en ownership te bereiken bij de deelnemers. Dit vergt van de coach of koorleider een zekere mate van charisma en de bereidheid om open te staan voor het eigen leerproces en dat van de deelnemers. Het creatief werken met een koor, de ruimte bieden voor individuele input en de groep als geheel laten evolueren is een steeds balanceren tussen ‘loslaten’ en ‘controle’. 

Het doel is een gelijkwaardige interactie en ownership te bereiken bij de deelnemers. Dit vergt van de coach of koorleider een zekere mate van charisma en de bereidheid om open te staan voor het eigen leerproces en dat van de deelnemers.

Alternatieve vocale werkvormen

Gelet op de verschillende muzikale vaardigheden van de koorleden in sociaal-artistieke projecten is werken met een vastliggend arrangement in de vorm van een koorpartituur vaak moeilijk. Binnen een diverse groep kan niet iedereen noten lezen, intoneert niet juist of heeft een ontwikkeld ritmisch gevoel. De sociale achtergrond en persoonlijkheid van de koorleden in TOSO maken een top-downbenadering of formele benadering onmogelijk. Wel was er veel enthousiasme, goesting en energie.

We ontwikkelden bij TOSO een aantal concrete ideeën en mogelijke werkvormen die ook in andere contexten toepasbaar zijn. Deze werkvormen hoeven uiteraard het aanleren van liederen en arrangementen niet te vervangen maar ze kunnen een aanvulling zijn die de creativiteit en de persoonlijke input van deelnemers aan een project kan verhogen. Zulke werkvormen leiden tot een grotere interactie, sociaal contact en samenwerking in de groep.

Creatief met tekst

Om input van de koorleden te genereren vertrokken we vanuit de gesproken en geschreven taal. Teksten werden zelf geschreven, individueel of in groep. Ook bestaande teksten en tekstfragmenten (bijvoorbeeld één zin) of gedichten werden gebruikt en hertaald naar het plaatselijke dialect of andere talen. Wat er gezongen werd, was van hen: ‘ons verhaal in onze taal’. De geselecteerde tekstfragmenten werden opgeschreven op een bord, zichtbaar voor iedereen. Het orkest begeleidt met een groove (bijvoorbeeld op één akkoord of een bepaald ritme) en we proberen gezamenlijk de teksten op toon te zetten. Ook zonder instrumentale begeleiding is dit mogelijk. Een deel van de zangers kan een ritmische groove ‘zingen’. Wanneer een bepaalde zin goed begint te klinken, blijven we die herhalen tot iedereen ze meezingt. De coach of koorleider is hier meer een facilitator, die mensen aanmoedigt en hen probeert mee te trekken in de muziek. Het organisch tot stand komen van de melodie is belangrijk. We herhalen dit met verschillende zinnen. Handgeklap en bewegingen versterken de kracht van de zinnen.

Improvisatie

Improvisatie is een belangrijk element van onze werkwijze. We moedigen de deelnemers aan om te experimenteren met hun stem (dynamiek, parlando, eigen initiatief). Dit kan individueel zijn maar ook door mekaar, als groep. Het geeft mensen de kans om zich vrij te uiten met tekst of zonder (vocalise) op een bepaalde groove die door het orkest gespeeld wordt. Vaak wordt er gedacht dat mensen dit niet durven of kunnen. Onze ervaring leerde ons het tegendeel. Improvisatie is een krachtige tool om je eigen creativiteit te uiten. Ook met verschillende zinnen van een tekst kunnen we improviseren. We harmoniseren een bepaald stuk, zingen in vraag-en-antwoordvorm, zingen in canon, maken dynamiekverschillen, gaan parlando afwisselen met toonzingen enzoverder.

Musical games

We werken ook vaak met ‘speltechnieken’ om zo de betrokkenheid van de deelnemers te verhogen en deelnemers te motiveren om zelf initiatief te nemen. Een voorbeeld is het splitsen van woorden in lettergrepen. Die schrijven we in een raster op een bord en elke lijn krijgt een nummer. Op aanwijzing van iemand kan gekozen worden om bijvoorbeeld lijn vier verticaal te gaan zingen, daarna lijn twee horizontaal enzoverder.

Een andere vorm is het systematisch toevoegen van een woord. We vertrekken van een bepaalde zin en beginnen met het eerste woord te zingen, schreeuwen, roepen, fluisteren. Op een teken van de coach of een deelnemer wordt dit woord herhaald en wordt het tweede woord toegevoegd. Daarna verder met een derde en vierde woord tot de hele zin is gevormd. Dit heeft vaak een ‘meetrekkend’ effect. De groep zangers wordt meegetrokken in het spel en de groove. Iedereen synchroniseert daardoor met de timing en de groove van de muziek, waardoor het geheel vaak een opzwepend effect krijgt.

Individuele vaardigheden inzetten

Naast de muzikale inhoud gaan we bewust op zoek naar de specifieke vaardigheden van de koorleden. Zo kunnen er deelnemers zijn die heel hoog kunnen zingen of juist heel laag, luid kunnen roepen, kunnen beatboxen of rappen, een vreemde taal spreken, dansen of acteren. We proberen deze individuele vaardigheden te gebruiken tijdens repetities en concerten. Het gemeenschappelijke element van ‘samen zingen’ kan zo afgewisseld of gecombineerd worden met individuele momenten, bijna als een solist die voor het orkest staat. Dit heeft vaak een versterkend effect op de mensen en heeft een weerslag op de betrokkenheid binnen de groep.

Deze ideeën kunnen worden ingezet in elke koorwerking en kunnen leiden tot een verhoogde interactie, empowerment, ownership en motivatie binnen elke groep. Deze (en andere) strategieën maken een persoonlijke muzikale expressie mogelijk, ongeacht het niveau van de technische en muzikale vaardigheden. Vanuit het idee dat actief muziek spelen niet enkel waardevol is ‘for the excellence of the few but for all of us to do music as well as possible’ (R. Wright).

Filip Verneert & Ilse Duyck 

Koor Westerkwartier is een ander initiatief van kleinVerhaal vzw. Inwoners van het Westerkwartier uit Oostende verenigden zich in een eigenzinnig koor onder de hoede van componist/pianist Yves Meersschaert en gitarist/zanger Hans Vancauwenberghe.
Terug naar boven